Verbruik van goederen en diensten om behoeften te bevredigen: dat is consumptie in één zin. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gaat het om het gebruik van goederen en diensten voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften van leden van de gemeenschap. In gewone taal: consumptie is alles wat je koopt, eet, gebruikt of verbruikt om in je dagelijkse behoeften te voorzien.
Wat is consumptie precies?
Het woord consumptie komt van het Latijnse “consumere”, wat verbruiken of gebruiken betekent. In de praktijk dekt het begrip veel meer dan alleen eten en drinken. Je consomeert ook wanneer je een abonnement op een streamingdienst neemt, de bus pakt, kleding koopt of de verwarming aanzet.
Consumptie vindt altijd plaats om een behoefte te vervullen. Die behoefte kan praktisch zijn, zoals honger stillen, maar ook sociaal of emotioneel, zoals een cadeau kopen of een concert bijwonen. Zodra je iets gebruikt of verbruikt voor eigen bevrediging, spreek je van consumptie.
Wat zijn de verschillende soorten consumptie?
Niet alle consumptie is hetzelfde. Er zijn een paar belangrijke onderscheiden die je helpen het begrip beter te begrijpen.
- Privéconsumptie: Dit is consumptie door individuele huishoudens. Denk aan boodschappen doen, kleding kopen of een vakantie boeken.
- Collectieve consumptie: Dit is consumptie die de overheid of gemeenschap organiseert voor iedereen. Denk aan openbaar vervoer, onderwijs of zorg die voor alle burgers beschikbaar is.
- Duurzame consumptie: Je koopt iets dat je meerdere jaren gebruikt, zoals een wasmachine, een auto of een laptop. Het product gaat langer mee dan één gebruik.
- Niet-duurzame consumptie: Je gebruikt iets eenmalig of binnen korte tijd op. Eten, drinken en toiletpapier vallen hieronder.
- Diensten consumeren: Je maakt gebruik van een dienst zonder een fysiek product te bezitten. Een knipbeurt bij de kapper of een les op school zijn voorbeelden.
Hoe verschilt consumptie van productie?
Consumptie en productie zijn de twee kanten van de economie. Producenten maken goederen of leveren diensten. Consumenten gebruiken die goederen en diensten. Zonder consumptie heeft productie geen zin, en zonder productie is er niets om te consumeren.
In de economie wordt consumptie gezien als de drijvende kracht achter vraag. Als mensen meer kopen, stijgt de vraag naar producten. Bedrijven produceren dan meer en kunnen meer mensen in dienst nemen. Zo heeft jouw keuze als consument invloed op de bredere economie.
Waarom is het begrip consumptie zo breed gebruikt?
Het woord consumptie duikt op in heel verschillende vakgebieden. In de economie gaat het over bestedingen en vraag. In de voedingswetenschap gaat het over wat mensen eten en drinken. In milieudiscussies gaat het over grondstoffenverbruik en de impact op de planeet.
In de voedingswereld spreken onderzoekers bijvoorbeeld over de consumptie van groente, fruit of eiwitrijke producten. Zo bleek uit Nederlands onderzoek dat de gemiddelde consumptie van groente bij 7- tot 69-jarigen over de jaren is gestegen met 27 procent. Dat soort cijfers helpen beleidsmakers en voedingsdeskundigen om gezondheidsadviezen bij te stellen.
In milieudiscussies draait consumptie om de vraag hoeveel grondstoffen en energie mensen verbruiken. Overconsumptie, dus meer verbruiken dan de aarde kan herstellen, is een veelbesproken thema in de context van duurzaamheid.
Wat bepaalt hoeveel je consomeert?
Verschillende factoren bepalen je consumptiegedrag. Inkomen speelt een grote rol: hoe meer geld je te besteden hebt, hoe meer je doorgaans uitgeeft. Maar ook prijzen, gewoonten, sociale omgeving en persoonlijke waarden beïnvloeden wat en hoeveel je koopt of gebruikt.
Reclame en trends sturen consumptiegedrag ook. Als een product populair is of als je omgeving iets aanschaft, vergroot dat de kans dat jij het ook doet. Psychologen noemen dit sociale beïnvloeding.
Tot slot speelt de beschikbaarheid van producten een rol. Als iets makkelijk verkrijgbaar is en weinig kost, is de drempel om het te consumeren lager.
Consumptie en duurzaamheid
De manier waarop we consumeren heeft gevolgen voor het milieu. Producten moeten gemaakt, verpakt, vervoerd en uiteindelijk weggegooid worden. Elk van die stappen verbruikt energie en grondstoffen en stoot broeikasgassen uit.
Bewuster consumeren betekent dat je nadenkt over wat je koopt, hoe vaak je iets vervangt en of je ook iets kunt lenen, huren of tweedehands kopen. Dat maakt jouw consumptie duurzamer, zonder dat je alles hoeft op te geven.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen consumptie en investering?
Consumptie is gericht op het direct bevredigen van een behoefte. Je koopt iets om het te gebruiken of op te maken. Een investering is gericht op toekomstig voordeel. Je geeft geld uit met het doel er later meer voor terug te krijgen, zoals het kopen van een machine om mee te produceren. In de economie worden deze twee begrippen duidelijk van elkaar onderscheiden.
Is consumptie altijd slecht voor het milieu?
Consumptie is niet automatisch schadelijk voor het milieu. Het hangt af van wat je consomeert en hoe dat product gemaakt is. Een tweedehands boek kopen heeft een andere milieu-impact dan een nieuwe kunststof gadget. Bewuste keuzes kunnen de impact van consumptie aanzienlijk verkleinen.
Wat betekent overconsumptie?
Overconsumptie betekent dat mensen meer verbruiken dan nodig of dan de aarde duurzaam kan leveren. Het gaat dan om het aankopen van meer producten dan je nodig hebt of om het verbruiken van meer grondstoffen dan er hersteld kunnen worden. Overconsumptie wordt gezien als een van de oorzaken van milieuproblemen zoals grondstofuitputting en klimaatverandering.
Hoe meten economen consumptie?
Economen meten consumptie door te kijken naar de totale bestedingen van huishoudens en de overheid aan goederen en diensten. In Nederland doet het CBS dit systematisch. Die cijfers zijn onderdeel van het bruto binnenlands product, oftewel het bbp, en laten zien hoe actief de economie is.



