kledingkast opruimen

Kledingkast opruimen: zo maak je ruimte en houd je overzicht

Je kledingkast opruimen doe je door je kleding per soort te verzamelen, te kiezen wat je wilt houden en alles een vaste plek te geven. Maak de lege kast schoon voordat je hem opnieuw inricht. Leg wat je vaak draagt vooraan en berg kleding die je weinig gebruikt op een minder bereikbare plek op.

Je hoeft niet alles tegelijk te doen. Is je kast erg vol, begin dan met één lade of één soort kleding. Zo kun je elke stap afronden voordat je verdergaat.

Kledingkast opruimen in stappen

Maak wat ruimte op je bed of op een schone vloer. Zet ook een paar tassen of dozen klaar voor kleding die niet teruggaat in de kast.

  • Haal de kleding uit de kast. Neem ook spullen mee die achter op een plank liggen. Wil je het kleiner aanpakken, maak dan één kastdeel leeg.
  • Leg dezelfde soorten bij elkaar. Maak bijvoorbeeld groepen voor broeken, truien, shirts en sportkleding. Zo zie je hoeveel je van elke soort hebt.
  • Beslis wat je wilt houden. Bekijk per kledingstuk of het past, prettig zit en aansluit bij wat je draagt.
  • Maak de kast schoon. Haal stof weg en neem de planken af met een licht vochtige doek. Laat de kast helemaal drogen.
  • Ruim de kleding terug. Geef elke soort een vaste plek en leg je meest gedragen kleding binnen handbereik.
  • Handel de overige spullen af. Zet kleding om weg te geven, te verkopen of te repareren apart en bepaal wat je ermee gaat doen.

Haal je maar één deel tegelijk leeg, verzamel dan wel alle kleding van die soort. Liggen je truien op meerdere plekken, leg ze dan samen voordat je kiest welke teruggaan.

Bepalen welke kleding je houdt

Begin met de makkelijke keuzes. Kleding die je graag draagt en die goed zit, kan terug in de kast. Kleding die kapot is, niet lekker zit of niet meer bij je past, leg je apart. Passen helpt als je niet zeker weet of een broek of jurk nog prettig zit.

Stel jezelf bij twijfel een paar vragen:

  • Zou ik dit kledingstuk binnenkort willen dragen?
  • Zit het prettig als ik beweeg en ga zitten?
  • Kan ik het combineren met kleding die ik al heb?
  • Ga ik het echt repareren of aanpassen?

Een kledingstuk dat je lang niet hebt gedragen, hoeft niet automatisch weg. Een nette outfit voor een bijzondere gelegenheid of een dikke winterjas gebruik je misschien maar af en toe. De vraag is vooral of het kledingstuk nog een plek in je leven heeft.

Vind je een keuze lastig? Leg de kleding in een aparte twijfelbak. Zet die uit het zicht en kijk na een paar maanden wat je hebt gemist. Wat je uit de bak haalt om te dragen, krijgt weer een plek in de kast. Zo hoef je niet alles op dezelfde dag te beslissen.

Je kledingkast handig indelen

Een logische indeling past bij de manier waarop jij je aankleedt. Draag je vaak jeans en T-shirts, leg die dan op een plank waar je gemakkelijk bij kunt. Kleding voor een ander seizoen kan hoger liggen of verder naar achteren.

  • Aan de kledingroede: hang bijvoorbeeld jurken, overhemden en blouses op. Laat wat ruimte tussen de hangers, zodat je kleding gemakkelijk kunt pakken.
  • Op planken: vouw T-shirts, broeken en truien op. Maak liever lage stapels, zodat je een kledingstuk kunt pakken zonder de hele stapel om te trekken.
  • In laden: bewaar sokken, ondergoed en kleinere kledingstukken bij elkaar. Een ladeverdeler of een doosje kan helpen om ze gescheiden te houden.
  • Op hoge of lage plekken: leg spullen die je minder vaak gebruikt, zoals seizoenskleding of kleding voor speciale gelegenheden.

Je kunt kleding binnen elke groep verder sorteren op kleur, seizoen of gebruik. Hang bijvoorbeeld je werkoverhemden bij elkaar en leg sportkleding op een eigen stapel. Kies vooral een indeling die je ook na het wassen makkelijk kunt terugzetten.

Heb je diepe planken? Zet achteraan een bak met kleding die je weinig nodig hebt en houd de voorkant vrij voor je dagelijkse spullen. Kleine stapels of bakken zijn vaak handiger dan één grote stapel die tot achter in de kast doorloopt.

Nieuwe organizers zijn niet altijd nodig. Een schoenendoos kan al werken voor sokken of accessoires. Ruim eerst op en meet daarna de ruimte als je toch een verdeler of bak wilt kopen. Anders neemt de organizer zelf onnodig veel plaats in.

Wat doe je met kleding die niet teruggaat?

Verdeel de kleding die je wegdoet op basis van de staat. Schone, draagbare kleding kun je weggeven, verkopen of naar een kringloopwinkel brengen. Een kledingstuk met een klein defect kun je laten repareren of zelf herstellen, als je het daarna ook wilt dragen.

Versleten textiel kan vaak in een textielcontainer. Ook kapotte kleding wordt op veel plekken apart ingezameld, maar de regels verschillen per gemeente. Stop textiel schoon en droog in een gesloten zak. Nat of sterk vervuild textiel hoort meestal niet in de textielcontainer.

Zet de tassen niet opnieuw in de kledingkast. Leg ze bijvoorbeeld bij de voordeur totdat je ze wegbrengt. Zo blijft de ruimte die je hebt gemaakt ook echt vrij.

Een frisse en opgeruimde kledingkast houden

Leg schone kleding pas terug als die helemaal droog is. Vochtige kleding kan een muffe geur veroorzaken. Laat de kast na het schoonmaken openstaan tot ook de planken droog zijn.

Ruikt de kast muf, haal dan de kleding eruit en maak de kast schoon. Laat hem goed luchten en kijk of er ergens vocht of schimmel zit. Een geurzakje kan lekker ruiken, maar neemt de oorzaak van een muffe kast niet weg.

Je houdt de indeling makkelijker bij als je kleding na het wassen direct op de vaste plek legt. Hang of leg ook kleding die je nog een keer wilt dragen op een afgesproken plek, in plaats van die tussen de schone was te proppen.

Loop je kast af en toe kort na, bijvoorbeeld wanneer je zomer- en winterkleding wisselt. Een vaste regel kan helpen: komt er een kledingstuk bij, bekijk dan of er iets is dat je niet meer draagt. Het is een hulpmiddel, geen verplichting.

Veelgestelde vragen over je kledingkast opruimen

Hoe vaak moet ik mijn kledingkast opruimen?
Dat hangt af van hoeveel kleding je hebt en hoe snel je kast vol raakt. Een grote opruimbeurt bij de wisseling van het seizoen kan prettig zijn. Tussendoor kun je een plank of lade nalopen zodra die rommelig wordt.

Wat is de 80-20-regel voor kleding?
Deze vuistregel zegt dat je vaak maar een klein deel van je kleding het grootste deel van de tijd draagt. Het is geen vaste meting. Gebruik de gedachte om te kijken welke kleding je steeds pakt en welke stukken ongebruikt blijven liggen.

Hoe sorteer ik kleding het best?
Begin met sorteren op soort, zoals broeken, shirts en truien. Daarna kun je de groepen indelen op seizoen, kleur of gelegenheid. Kleding die je vaak draagt, leg je op de makkelijkst bereikbare plek.

Moet ik alle kleding in één keer uit de kast halen?
Nee. Een lege kast geeft veel overzicht en maakt schoonmaken makkelijk, maar per lade of kledingsoort werken is ook goed. Verzamel dan wel dezelfde soort kleding uit de rest van de kast, zodat je de hele groep kunt bekijken.

Begin met de plank of kledingsoort die je het meest gebruikt. Als die eenmaal overzichtelijk is, merk je meteen wat een vaste plek in je kledingkast oplevert.