opruimen

Opruimen: zo maak je ruimte en houd je overzicht

Opruimen begint met kiezen wat je wilt bewaren, wat ergens anders hoort en wat weg kan. Pak een kleine plek, zoals een lade, en maak die helemaal af voordat je verdergaat. Geef de spullen die blijven een vaste plek en breng de rest weg.

Je hoeft niet alles tegelijk aan te pakken of zoveel mogelijk weg te doen. Het doel is dat je weet wat je hebt, je spullen kunt vinden en de ruimte prettig kunt gebruiken.

Waar begin je met opruimen?

Begin op een plek waar je snel verschil ziet en waar geen moeilijke keuzes liggen. Een tafel met losse spullen of een lade met pennen is vaak makkelijker dan een doos met herinneringen. Kies een plek die je in de tijd die je hebt kunt afmaken.

Zet eventueel een timer, bijvoorbeeld voor een kwartier. Haal alleen zoveel tevoorschijn als je in die tijd kunt bekijken. Een hele kast leegtrekken klinkt grondig, maar kan juist voor meer rommel zorgen als je tussendoor moet stoppen.

Leg alvast een afvalzak en een paar bakken of tassen klaar. Daarmee houd je de verschillende bestemmingen uit elkaar.

Beslis per voorwerp wat je ermee doet

Pak elk voorwerp op en geef het een bestemming. Je kunt daarvoor deze groepen gebruiken:

  • Bewaren: spullen die je gebruikt, nodig hebt of graag wilt houden.
  • Verplaatsen: spullen die blijven, maar op een andere plek thuishoren.
  • Weggeven of verkopen: bruikbare spullen die je zelf niet meer wilt houden.
  • Repareren: kapotte spullen die je echt wilt laten maken of zelf kunt herstellen.
  • Weggooien of inleveren: spullen die niet meer bruikbaar zijn.

Vraag jezelf bij twijfel af of je het voorwerp gebruikt, of je er een goede plek voor hebt en of je het graag wilt bewaren. Iets mag blijven omdat het praktisch is, maar ook omdat het mooi is of een herinnering oproept.

Bewaar je iets alleen omdat het misschien ooit van pas komt? Bedenk dan wat je ermee zou doen en hoe waarschijnlijk het is dat je het nodig hebt. Een reservekabel kan handig zijn als je weet bij welk apparaat hij hoort. Een verzameling onbekende kabels is lastiger te gebruiken.

Geef spullen die blijven een logische plek

Leg spullen zo dicht mogelijk bij de plek waar je ze gebruikt. Pennen kunnen bijvoorbeeld bij het bureau liggen en sleutels bij de deur. Een vaste plek werkt vooral goed als je er makkelijk bij kunt en de spullen er ook eenvoudig terug kunt leggen.

Groepeer dingen die bij elkaar horen. Een bakje voor batterijen of een map voor papieren helpt om snel te zien wat je hebt. Koop niet meteen nieuwe opbergdozen: vaak kun je gebruiken wat je al in huis hebt. Meet eerst hoeveel ruimte de spullen die blijven innemen.

Een dichte kast kan een ruimte rustiger laten ogen, maar achter de deur moet je spullen nog steeds kunnen vinden. Prop planken en bakken daarom niet helemaal vol. Wat je vaak gebruikt, leg je vooraan of bovenop.

Maak het opruimen af door spullen weg te brengen

Een tas met spullen die weg mogen is pas echt opgeruimd als hij het huis uit is. Zet hem op een plek waar je hem niet vergeet en bepaal wanneer je hem wegbrengt. Maak ook een duidelijke keuze voor spullen die je wilt verkopen: als je er geen tijd voor wilt maken, is weggeven misschien makkelijker.

Spullen die nog goed zijn, kun je aan iemand geven of naar een kringloopwinkel brengen. Papier met persoonlijke gegevens kun je eerst onleesbaar maken. Oude medicijnen lever je in bij de apotheek. Elektrische apparaten horen bij een inzamelpunt voor elektronisch afval, niet bij het gewone restafval.

Een reparatiestapel kan ongemerkt blijven groeien. Bewaar daarom alleen spullen waarvan je weet wat eraan moet gebeuren en die je daarna ook weer wilt gebruiken.

Wat doe je met spullen waarover je twijfelt?

Niet elke beslissing hoeft meteen. Leg een paar twijfelgevallen in een aparte doos en spreek met jezelf af wanneer je die opnieuw bekijkt. Houd de doos beperkt, anders verschuift het uitzoeken vooral naar later.

Bij spullen met emotionele waarde helpt het om te kiezen wat je het liefst bewaart. Misschien wil je een paar kaarten met een persoonlijke boodschap houden, terwijl andere kaarten weg kunnen. Je hoeft een herinnering niet weg te doen omdat je ruimte wilt maken.

Ruim je samen met anderen op? Maak afspraken over gezamenlijke spullen en laat iemand zelf beslissen over zijn of haar persoonlijke bezittingen. Zo voorkom je dat iets verdwijnt wat voor een ander waarde heeft.

Een opgeruimde plek bijhouden

Een vaste plek maakt het makkelijker om iets na gebruik terug te leggen. Dat hoeft niet perfect: een mand voor spullen die vaak samen op tafel liggen kan al genoeg zijn. Werkt een plek niet, verplaats de spullen dan naar een plek die beter past bij hoe je ze gebruikt.

Een korte opruimronde aan het einde van de dag kan voorkomen dat losse spullen zich opstapelen. Breng een beker terug naar de keuken, leg papieren bij elkaar en zet gebruikte spullen terug. Op drukke dagen is één oppervlak vrijmaken ook prima.

Er komt vaak vanzelf weer iets bij. Door af en toe te kijken wat je nog gebruikt, blijft er ruimte voor de spullen die je graag wilt houden. De regel ‘één erin, één eruit’ kan daarbij helpen, maar is geen verplichting.

Veelgestelde vragen over opruimen

Wat betekent opruimen?
Opruimen is spullen uitzoeken en ze op een geschikte plek leggen, weggeven of wegdoen. Schoonmaken kan daarna makkelijker zijn, maar is een andere taak.

Hoe kun je snel opruimen?
Kies één zichtbare plek en haal eerst afval en spullen weg die ergens anders horen. Zet daarna terug wat op die plek blijft. Bewaar moeilijke keuzes voor een moment waarop je meer tijd hebt.

Wat is de 20/20-regel bij opruimen?
Deze vuistregel helpt bij spullen die je bewaart voor het geval dat. Kun je iets voor ongeveer 20 dollar of minder en binnen ongeveer 20 minuten vervangen, dan kun je overwegen het weg te doen. Het is geen goede reden om iets weg te gooien dat je vaak gebruikt, moeilijk kunt vervangen of niet opnieuw wilt kopen.

Wat zegt een rommelig huis over iemand?
Een rommelige ruimte zegt op zichzelf weinig over iemands karakter. Rommel kan ontstaan doordat er weinig tijd is, spullen geen vaste plek hebben of een ruimte intensief wordt gebruikt. Wat de een prettig vindt, kan voor een ander te vol aanvoelen.

Kies om te beginnen één kleine plek en zet de spullen die daar horen terug. Ook een opgeruimde lade is een afgeronde klus.